Full body workout met een roeitrainer
|
Op ieder sportschool kom je wel één of meer roeitrainers tegen. Dat is natuurlijk niet voor niets. Een roeitrainer is een ideaal fitness apparaat om aan jouw conditie en spierkracht te werken. Het is laagdrempelig, iedereen kan het. Belangrijk is dat je in het begin goed let op de juiste houding en techniek. Heb je dat onder de knie dan is de kans op blessures nihil. |
De Virtufit row 450 is zelfs nog iets goedkoper, maar heeft dan ook minder trainingsprogramma's. Er zijn echter genoeg schema's op internet te vinden.
Welke spiergroepen train je?
Bij iedere roeislag train je bijna al je spiergroepen. Een roeislag bestaat eigenlijk uit vier fases. De catch, de drive en de finish en de recovery. De catch, drive en finish noemen we de haal.
Tijdens iedere fase gebruik je verschillende spieren. We lopen de roeislag door en vertellen bij iedere fase welke spieren je gebruikt. Ook vertellen we een klein beetje waar je op moet letten qua techniek
Catch
Tijdens de catch zet je af met je benen, je gebruikt dan je been- en bilspieren. Je armen houd je gestrekt. Je beenspieren zijn veel steker dan je armspieren, dus daar kan je erg veel kracht uit halen tijdens deze 1e fase van de haal.
Drive
Vervolgens gebruik je tijdens de drive met name je buik en onderrug spieren, ook wel je core genoemd. Tijdens de drive beweeg je je bovenlichaam van voren naar achteren.
Finish
Als laatste onderdeel van de haal, de finish trek je met je handen de hendel naar je borst. Pas op dat moment buig je je armen. Je gebruikt dan met name je armspieren, schouders en bovenrug spieren.
Recovery
Tijdens de recovery doe je deze bewegingen in omgekeerde volgorde. Je gebruikt achtereenvolgens ook weer alle eerder genoemde spiergroepen, maar dan zonder heel veel kracht te zetten. De recovery is het moment dat je herstelt. De recovery doe je langzamer dan de haal, zodat je goed kunt herstellen klaar bent voor de volgende haal.
Conditie
Doordat je zoveel spiergroepen gebruikt moet er heel veel brandstof en zuurstof naar je spieren. Dus je hart en longen moeten heel hard aan de gang. Dat is ook de reden dat je workout bij hogere intensiteit ook heel zwaar kan worden. De kans is op blessures is ondanks dat heel klein. Er treed geen schokbelasting op zoals bij hardlopen.
