Externe verslaggeving

Externe verslaggeving

Externe verslaggeving

Bij de opstelling van de externe verslaggeving moet rekening gehouden worden met het verslaggevingsstelsel. Deze externe verslaggeving stadaarden zijn bedoeld voor de aandeelhouders en draagt bij aan betrouwbare informatie verstrekking over de financiële positie van een bedrijf, wijzigingen van de financiële positie en de resultaten die een bedrijf behaald heeft. Op basis van deze gegevens kan de gebruiker van de externe verslaggeving bepaalde economische beslissingen nemen. De wijze van informatieverstrekking is van belang voor gebruikers van de externe verslaggeving, om in hun informatiebehoeften te voorzien.



Regelgeving omtrent de jaarrekening

De externe verslaggeving is belangrijk voor verschillende belanghebbenden, zoals de eigenaren, de beleggers, de werknemers, verschaffers van vreemd vermogen, leveranciers, klanten en de overheid. Maar ook voor de directe omgeving van de onderneming kan de externe verslaggeving belangrijk zijn, zoals een omwonende die wil weten hoe de situatie betreffende het milieu bij een onderneming is.

Voor bijna alle ondernemingen is het verplicht om jaarlijks een jaarrekening te maken volgens de geldende wet- en regelgeving en deze te deponeren bij de KVK (Kamer van Koophandel). De in Nederland toegepaste wet- en regelgeving is: Titel 9 boek 2, Raad voor de jaarverslaggeving (RJ). De RJ is verplicht toepasbaar voor beursgenoteerde ondernemingen. Niet beursgenoteerde ondernemingen mogen ook kiezen om op basis hiervan een externe verslaggeving op te stellen, maar het is niet verplicht.


Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek

Een jaarrekening moet opgesteld worden op basis van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Maar niet alleen de Nederlandse wetgeving is van belang, tegenwoordig is voor het opstellen van een externe verslaggeving ook de Europese wetgeving belangrijk. En dit betrof tot 2013 de 4e en 7e EG-richtlijn. Vanaf toen werd dit vervangen door de richtlijn 2013/34/EU. Met deze vervanging moest ook Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden aangepast. De belangrijkste aanpassing, was om de toelichtingsvereisten te verminderen. Dit ontlast voor zowel kleine als middelgrote ondernemingen de administratieve last. Deze ondernemingen worden als microrechtspersoon aangemerkt en hoeven daardoor slechts een minder uitgebreide balans en winst- en verliesrekening te maken.

 

De raad voor de jaarverslaggeving (RJ)

Het doel en de norm die in het maatschappelijk verkeer aanvaardbaar zijn, zijn de leidraad voor een onderneming wanneer men moet kiezen voor de soort jaarrekeninggrondslag. De norm op het gebied van de verslaggeving wordt bepaald door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ). Deze normen liggen niet vast, maar enkele uitspraken van de Hoge Raad geven wel het belang van de RJ aan. Daarom worden de uitspraken van de RJ in het maatschappelijk verkeer wel als de norm gezien.


Wat geven de jaarstukken weer?

De jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens zijn onderdeel van de jaarstukken van een onderneming.


Jaarrekening

Dit moet op een dusdanige manier opgesteld worden, dat men een oordeel kan vormen over het vermogen en het resultaat van de onderneming. Daarnaast eventueel ook volgens artikel 2:362 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, informatie over de solvabiliteit en liquiditeit. Dit alles volgens de norm zoals in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar wordt gezien.


Artikel 362 (vereenvoudigde versie uit het Burgerlijk Wetboek)

Een jaarrekening moet worden opgesteld volgens de norm zoals aanvaard in het sociale verkeer en moet inzicht geven, zodat er een goed oordeel gegeven kan worden over de stand van het vermogen en winsten of verliezen van een onderneming. Afhankelijk van de soort jaarrekening moet er ook inzicht in de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming gegeven worden. Wanneer een onderneming internationaal opereert, is het mogelijk om de jaarrekening op te stellen naar de norm zoals in het sociale verkeer aanvaard door de Europese Gemeenschappen, zoals bedoeld in de eerste zin.


Jaarverslag

In het jaarverslag dient een bestuursverslag te staan die opgesteld is door de rechtspersoon. Veelal worden jaarrekening en bestuursverslag tezamen in één verslag uitgebracht. Het bestuursverslag moet voldoen aan de eisen volgens art. 2:391 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek. Het bestuursverslag hoeft niet opgesteld te worden door kleine rechtspersonen, die daar van vrijgesteld zijn.


Artikel 391 (vereenvoudigde versie uit het Burgerlijk Wetboek)

Een bestuursverslag moet een betrouwbaar beeld geven van de situatie op de balansdatum, hoe de ontwikkeling was in het afgelopen boekjaar en de winsten en verliezen van de onderneming en haar dochtermaatschappijen. Het gehele financiële plaatje dient in de jaarrekening opgenomen te zijn.


Overige gegevens

Dit zijn de gegevens die in overige gegevens opgenomen dienen te worden:
• De accountantsverklaring.
• Statutaire regeling over waar de winst naartoe gaat.
• Statutaire regeling over hoe verlies gedragen wordt in de onderneming en haar dochtermaatschappijen.
• Overzicht van namen van personen met een bijzonder statutair zeggenschap in de onderneming.
• Een overzicht van het aantal aandelen zonder stemrecht en een overzicht van het aantal aandelen die geen of beperkt in de winsten van de onderneming mogen delen. Ook moet een overzicht van de bevoegdheden van deze aandelen worden gegeven.
• Een overzicht van filialen in zowel binnen- als buitenland. Wanneer een naam van een filiaal afwijkt van de naam die de onderneming draag, moet ook deze naam opgegeven worden.


© 2015 KennisDelen, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de auteur. Zonder toestemming van de auteur is vermenigvuldiging verboden.