VOGELS

VOGELS

VOGELS

De vogel speelt een belangrijke rol in ons ecosysteem. Er zijn meer dan 10.000 soorten: van watervogels tot huisvogels. Vogels zorgen ervoor dat het aantal insecten in evenwicht blijft. Verder spelen deze prachtige dieren een rol in het bestuiven van bloemen en planten en de verspreiding van zaden. Ook ruimen ze de natuur op. Zeevogels zijn onmisbaar voor het koraalrif. Veel mensen worden blij van zingende vogels, wat een positief effect heeft op hun gezondheid. Kortom: vogels zijn belangrijk voor mens en natuur. Dit artikel gaat over dit bijzondere dier.



VOGELS: DIVERSE SOORTEN

Omdat er verschillende soorten vogels zijn, zijn er ook verschillende leefgebieden. Sommige vogels kunnen wel vliegen, maar sommige totaal niet. De kleinste vogel is de bijkolibrie. Deze vogel leeft aan de randen van bosgebieden in Cuba. Hij heeft een gewicht van maximaal 2 gram. De grootte is maximaal 6 centimeter. Met zijn lange snavel kan hij makkelijk de nectar uit de bloemen halen.
Grotere vogels zijn bijvoorbeeld de grote albatros en de struisvogel. De grote albatros heeft de grootste spanwijdte, namelijk 3,6 meter. Deze vogel jaagt vooral op zee naar vis en kan soms wel 30 uur in de lucht blijven. Hij leeft vooral in de buurt van Canada en het noordoosten van de VS.
De struisvogel is het allergrootst en zwaarste vogelsoort. Hij weegt tot wel 150 kilogram en is zo'n 1,80 meter tot 2,10 meter hoog. Deze enorme vogel kan op land een snelheid halen van 70 kilometer per uur, wat hem ook nog eens de snelste maakt, ondanks dat hij niet kan vliegen.
 

GESCHIEDENIS VAN DE VOGEL

Gedacht wordt dat vogels afstammen van dinosauriërs. Zij zijn miljoenen jaren geleden uit reptielen ontstaan, net als zoogdieren. Dit maakt dat zij waarschijnlijk de nog levende vertegenwoordigers zijn van dinosauriërs.
Bij elk dier wordt gekeken naar de plaats in de levensstamboom. Te bepalen waar de vogel hoort is lastig, omdat deze dieren een lichaamsbouw hebben die je nergens terugvindt in het dierenrijk. Deze bouw kwam vroeger vaak voor bij dieren die al lang geleden zijn uitgestorven.

 

BOUW VAN DE VOGEL

Vogels zijn, net als zoogdieren, gewervelde dieren. Ze zijn tweezijdig symmetrisch, het skelet is een pantser en de poten zijn geleed. Dit zijn kenmerken van gewervelden. Het is, naast de vleermuis, het enige dier dat vleugels heeft. Verder hebben ze geen haren, zoals andere beesten, maar veren en ze hebben een snavel. De veren zorgen ervoor dat het lichaam warm blijft en gestroomlijnd. Soms dienen veren er ook voor om vrouwtjes te verleiden. De veren zijn wind -en waterbestendig. De snavel bestaat uit een hoornachtig materiaal en is vervanging van kaken en tanden. Een snavel wordt gebruikt ter verdediging of om eten te pakken. De snavel is niet om geluid te maken, behalve bij de ooievaar.
Vogels kunnen op twee poten lopen en kunnen vliegen. Ze hebben holle botten, ademen via luchtzakken, leggen harde eieren en zijn ook nog eens warmbloedig. Doordat hun botten hol zijn, zijn vogels licht gebouwd en in staat om te vliegen. Ze hebben geen zware tanden en kaken. Hun stofwisseling is hoog en de bloedcirculatie en ademhaling zijn efficiënt.
Elk soort heeft zijn eigen vliegtechniek: slaan met de vleugels, zweefvliegen, laveren, of bidden.
 

VOGELTREK

Dit is seizoensgebonden verhuizing. Ze broeden op de ene plaats en overwinteren op de ander plaats. Veel broedgebieden zijn in de winter ongeschikt voor overleven. Veel overwinteringsgebieden zijn weer niet geschikt als broedgebied.
Bij de vogeltrek verzamelt de vogel zijn energiereserve als vetafzettingen onder de huid. Daardoor kan de vogel langer in de lucht blijven dan normaal. Dat is handig, omdat ze soms duizenden kilometers moeten vliegen.


Facebook logo Twitter logo Google Plus logo
© 2015 KennisDelen, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de auteur. Zonder toestemming van de auteur is vermenigvuldiging verboden.