Hoe een simpele vraag van een scholier de celbiologie overhoop gooide

Hoe een simpele vraag van een scholier de celbiologie overhoop gooide

Een onschuldige vraag kan ineens tot een compleet nieuwe inzicht leiden. De vraag was eenvoudig toch niet eenvoudig te beantwoorden: “Hoe komen eiwitten na een celdeling eigenlijk op de goede plek”dit vroeg Anna Neefjes zich af tijdens een biologieles. Een antwoord was er nog niet, al snel werd er een onderzoek gestart om op deze vraag een antwoord te vinden.



Eerst even snel een lesje in de biologie. Bij een celdeling lost de wand van een celkern op. Hierdoor komt het DNA in een cel los te liggen, de cel heeft nu de ruimte om te splitsen. Er ontstaan nu twee celkernen. In elke celkern moet dan weer eiwitten zitten om ervoor zorgen dat het DNA goed hun werk te laten doen.

Toen kwam de vraag die alles veranderde

Dit eiwit moet dus na de celdeling dus weer in een cel, maar hoe gebeurt dit? Dit vroeg Anna aan haar biologiedocent Gee van Duin, maar die moest haar het antwoord schuldig blijven. Ook haar eigen vader — hoofd van de afdeling Cel- en Chemische Biologie in het Leidse L.U.M.C. — wist het ook niet en die besloot er een echt onderzoek van te maken.

Vader van Anna start onderzoek

De vader van Anna legde de vraag neer bij zijn collega een celbioloog op de afdeling waar hij werkte. Die collega, Menno Spits besloot om fluorescerende kwalleneiwit onder de microscoop de celdelingen te volgen. In de hoop op deze manier uiteindelijk een antwoord te krijgen op deze vraag. En dit antwoord is nu gevonden.

Antwoord verschenen in wetenschappelijk tijdschrift

Celbioloog Spits volgde in zijn onderzoek de kerneiwitten via een vloeistof. Dit deed hij met een groene stof. Hij zorgde er echter voor dat het en de wand van de celkern een andere kleur kreeg. Zo zag hij dat bij een celdeling het DNA uit een celkern zo bij elkaar werd geperst dat vervolgens de nieuwe celwand hier strak omheen kon worden getrokken dat de er even geen ruimte meer was voor de eiwitten, die bivakkeren dus even buiten de samengeperste DNA-ballon.

Om te functioneren moet het DNA wel weer uitzetten, doordat de ballonnen (de twee nieuwe wanden met samengeperste DNA, deze zitten nu nog wel bij elkaar) en hierdoor komt er een proces van  verkeer razendsnel op gang volgens Spits. Door het groter worden van de ballonnen kunnen uiteindelijk de kleine eiwitten weer bij het DNA komen. De grotere eiwitten dragen een soort paspoort bij zich die door de nieuwe celwand wordt herkend komen uiteindelijk ook deze eiwitten weer in de nieuwe cellen terecht. Pas als deze verhuizing van de eiwitten geslaagd is — dit duurt zo’n 20 minuten — vindt de splitsing plaats.

Als je wilt weten hoe DNA en eiwitten samenwerken bekijk dan eens deze video.
Wil je meer weten over DNA en de informatie die er allemaal opgeslagen is in dit DNA bekijk dan eens deze website.


Facebook logo Twitter logo Google Plus logo
© 2015 Sjaak, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de auteur. Zonder toestemming van de auteur is vermenigvuldiging verboden.